Special informal investors: deel 1
4 maart 2010 Dennis Mensink 237x gelezen

De overheid zet meer dan ooit in op informal investment, om zo ondernemerschap te stimuleren. Dat werd hoog tijd, want vergeleken met enkele landen om ons heen lopen we nog ver achter met deze alternatieve financieringsvorm. De netwerken van informal investors beleven topdrukte. Ze worden bedolven onder een gigantische stroom businessplannen. Het zijn haast zonder uitzondering plannen van ondernemers die bot vangen bij de bank.
Business Angels
Najaar 2009 is door zeven van die netwerken en mede op initiatief van het ministerie van Economische Zaken Business Angels Netwerk Nederland opgericht. BAN Nederland is een koepelorganisatie, met als doel het ondersteunen van informal investment. Behalve een awareness campagne om meer bekendheid te geven aan het fenomeen, besteedt BAN Nederland veel aandacht aan het informeren en trainen van informal investors en ondernemers.
Harry Helwegen
‘De timing was uitstekend, maar dat wisten we niet toen we het plan opvatten, want dat was al voor de crisis in gang gezet’, zegt Harry Helwegen, voorzitter van BAN Nederland. Helwegen verwacht dat de interesse voor informal investing groot zal blijven, ook als de economie weer op volle toeren draait. ‘Banken hebben een flinke tik gekregen. Ze zijn minder liquide en angstiger geworden.’
Alternatief
Een alternatief om aan investeringskapitaal te komen is het benaderen van vermogende particuliere investeerders, ook welbusiness angels genoemd. Informals zijn belangrijke leveranciers van zaai- en startkapitaal en brengen doorgaans niet alleen geld in (vaak één of enkele tonnen), maar ook kennis, contacten, managementervaring en coaching.
Bank vs. informal
‘Ondernemers die financiering zoeken, gaan vaak eerst naar de bank. Dat kan goedkoper zijn, maar banken hebben veel striktere eisen’, zegt Michiel Bloemer, founder en managing partner van The Informal Investors Network B.V. (TINN Capital). Natuurlijk stapt een informal niet zomaar ergens in. Voorwaarde voor TINN Capital, waarin ruim 500 informals zich hebben verenigd, is bijvoorbeeld dat het betreffende product gereed is en al omzet genereert.
Zeperd
Informal investors investeren ook in start-ups. Zij kunnen op die manier een fors rendement maken op hun investering. ‘Als het goed is, worden hun aandelen fors meer waard. Dat moet ook, want het is puur risicodragend kapitaal. Hoe hoger het risico, hoe meer rendement er tegenover moet staan, want af en toe heb je ook een zeperd als investeerder’, zegt Helwegen.
Kennis
Een informal geeft niet alleen geld, maar is zelf ondernemer (geweest). Hij weet wat het is om risico te nemen. ‘Een informal investeert doorgaans in bedrijven of branches waar hij iets van weet en brengt veel bruikbare kennis en knowhow mee, plus een groot netwerk. Dat levert veel toegevoegde waarde op.’
Verschillende werkwijzen
Tussen de wijze waarop informals opereren, bestaan grote verschillen. Maar allemaal voelen ze enige betrokkenheid bij het bedrijf waar ze in investeren. Helwegen: ‘Zijn er problemen? Dan wil de informal zeker meedenken over oplossingen. Uiteraard moet de ondernemer daar wel voor openstaan.’
Spanning
Investeren in bedrijven door vermogende particulieren kwam sinds eind jaren negentig op. ‘Mensen die financieel onafhankelijk zijn, zoeken op deze manier nog iets van de spanning die ze kenden tijdens hun werkzame leven. De hele dag golfen en koffiedrinken is het niet. Het gaat ze om de kick, maar dan zonder de eindverantwoordelijkheid’, aldus Bloemer. En hij kan het weten, want Bloemer is zelf ook informal, sinds 1985. ‘Ik investeerde in die tijd heel breed. Inmiddels weet ik: je kunt toch beter gericht in een aantal sectoren investeren. Dat komt het rendement ten goede.’
TINN
Nadat hij in 1999 zijn textielonderneming verkocht, startte Bloemer TINN Capital. Hij had ontdekt dat hij in z’n eentje weinig grip had op een onderneming en zocht mede-investeerders om zich aan te spiegelen. ‘Alleen investeren is geen fun. Je hebt minder power als je minderheidsaandeelhouder bent. Het is wel heel spannend als eenling. Dat is voor veel mensen de drive om informal investor te worden. Maar je moet in je eentje wel het nodige geluk hebben om eens een financiële bingo te hebben.’
Netwerken
Veel informals hebben zich inmiddels al aangesloten bij een netwerk. Van de investeerders van het eerste uur zijn er volgens Bloemer overigens niet zo gek veel meer over. ‘Veel van hen zijn in de loop der jaren teleurgesteld; het liep vaak anders dan men het zich had voorgesteld.’
Duidelijkheid
De alsmaar harder wordende wereld vraagt volgens Bloemer om duidelijke afspraken tussen ondernemer en informal. ‘Het begeleiden van informals en ondernemers die met informals in zee gaan is een echt beroep geworden.’ TINN Capital is tien jaar geleden in dat ‘gat’ gedoken. ‘We hebben een backoffice opgebouwd en hebben een professionaliseringsslag gemaakt. Het is een verdomd serieuze affaire geworden. Inmiddels zijn circa achthonderd informals bij ons aangesloten.’
Fondsen
In het begin investeerde TINN Capital case by case, oftewel: als er overeenstemming was met een ondernemer haalde TINN geld op in het netwerk. Dat was voor de betreffende informals echter nog steeds een vrij groot risico: het kon bingo zijn, maar je kon ook je complete investering verliezen. Daarom begon TINN Capital met fondsen in meerdere bedrijven uit eenzelfde sector. ‘Je creëert een vangnet en een pot geld, waardoor je sneller kunt beslissen.’
Lobby
Er zijn al heel wat professionele informals die hun vak verstaan, maar als we kijken naar het totale geïnvesteerde informal capital dan is dat nog veel te weinig, vindt Helwegen. Daarbij maakt de voorzitter van BAN Nederland een vergelijking met de ons omringende landen. ‘Landen als Engeland en Frankrijk zijn natuurlijk veel groter dan Nederland, maar ook verhoudingsgewijs lopen we vergeleken met deze landen nog heel erg achter.’ Somber is Helwegen overigens niet; het betekent dat er nog mogelijkheden te over zijn.
BAN
Jan Henk Timmer, directeur van het programmabureau van BAN Nederland, wijst wel op een belangrijk verschil met Engeland en de VS. ‘In het Angelsaksische model zijn de verhoudingen veel hiërarchi- scher. De investeerder staat daar echt boven de ondernemer. Dat zou in Nederland niet kunnen. Daarvoor zijn Nederlandse ondernemers te onafhankelijk.’
Belastingvoordelen
Als het aan Helwegen ligt, krijgen informals in Nederland net als hun collega’s in bijvoorbeeld Engeland en Frankrijk substantiëlere fiscale faciliteiten. ‘In Engeland kun je bij de eerstvolgende aangifte meteen een deel van de investering aftrekken van de belasting. Daar heeft die faciliteit enorm bijgedragen aan de opkomst van informal investment.’ BAN Nederland is van plan een lobby te starten om de ministers van Economische Zaken en Financiën te overtuigen van de stimulans die een dergelijke faciliteit is voor informal investement, en daarmee indirect voor de Nederlandse economie.
Durfkapitaalregeling
Volgens Bloemer zijn de benodigde fiscaliteiten al wel aanwezig. ‘Neem de voormalige Tante Agaath-regeling, die tegenwoordig Durfkapitaalregeling heet.’ Deze regeling maakt het fiscaal aantrekkelijk geld te lenen aan jonge, beginnende ondernemingen. ‘Als je vanuit privé investeert, is de investering bij verlies aftrekbaar. Investeer je vanuit de vennootschap, dan schrijf je hem ook af ten laste van de winst- of verliesrekening. Verliezen kun je 25 tot 30 procent compenseren. Zo slecht hebben we het nog niet.’ Helwegen plaatst daarbij een kanttekening. ‘De Durfkapitaalregeling is te beperkt en gecompliceerd en niet echt op informals gericht. Er moet gewoon een simpele regeling komen, rechttoe rechtaan. Als informal investing fiscaal gezien echt aantrekkelijk zou zijn, dan waren er meer informals.’
Wakker maken
Toch erkent Helwegen ook dat een deel van de potentiële informals wakker geschud moet worden. ‘Dat gaan we stimuleren door hen bekend te maken met de mogelijkheden. Nederland telt een grote groep voormalig ondernemers met veel geld, maar te weinig kennis over informal investment. Zij moeten komen en rammelen met een zak geld.’ Inmiddels zijn er tien netwerken lid van BAN Nederland. ‘Dat willen we uitbreiden. Er zijn nog zeker tien tot vijftien netwerken die bij BAN zouden passen. Ondernemers en informals bij elkaar brengen, daar is aanlooptijd voor nodig.’
-------------------------------------------
Hulp van de overheid
Het ministerie van Economische Zaken zet sinds enkele jaren sterk in op informal investment. Zo is het ministerie in 2005 al gestart met een Business Angel Programma waarbij het ondernemers op zoek naar risicokapitaal en potentiële business angels voorlicht over informal investment. Recent is het programma uitgebreid met een trainingsprogramma, gericht op het ‘investeringsrijp’ maken van zowel business angels als ondernemers. BAN Nederland verzorgt de uitvoering van het programma.
TechnoPartner maakt investeren in technostarters aantrekkelijker via de zogenoemde SEED-faciliteit. De SEED-faciliteit vergroot de financieringsmogelijkheden voor technostarters en creatieve starters en verbetert tegelijkertijd de risico-rendementsverhouding voor investeerders. De overheid verdubbelt via deze voorziening namelijk het totale investeringsbedrag. Sinds 1 januari 2010 is de SEED-faciliteit ook opengesteld voor private fondsen die zich richten op creatieve starters. Voorbeeld van een SEED-fonds is een geheel door informals opgezet fonds Business Angels Technostarters (BAT), dat met kleine bedragen investeert in jonge technostarters. BAT staat de starters vooral bij met praktische ondernemers- en managementervaring.