14 oktober 2009 Mark van Baal 330x gelezen

In de refter met stenen bogen en glas-in-lood-ramen, waar vroeger nonnen aten, staan nu bedden. Er liggen zes patiënten, die aan schouder of knie zijn geopereerd. De kapel ernaast staat vol met fitnessapparaten. Tegen de gevel van het klooster uit de jaren dertig is een grote lift gebouwd. Hierin worden bedden van en naar twee operatiekamers op de eerste verdieping verplaatst.
Bart en Thijs Malenstein
In dit klooster in de bossen bij Bilthoven in het Gooi is de medische zorg van de toekomst te zien, vinden de broers Bart (29) en Thijs (33) Malenstein, respectievelijk ceo en directeur marketing & PR. Die toekomst is zeer efficiënt en zeer gespecialiseerd. De medisch specialisten doen hier alleen orthopedische en plastische chirurgie. De kosten van een behandeling zijn hierdoor stukken lager dan die in een gewoon ziekenhuis. ‘Kleinschalig, efficiënt, overzichtelijk, geen tussenlagen, geen interim-managers van een paar ton’, somt Bart Malenstein op. ‘Specialisten kunnen zich volledig op patiëntenzorg richten en verdienen een stuk beter dan in een maatschap.’
Stevige marges
Hun vader Wim (nu 57 en adviseur) nam begin jaren negentig de privékliniek van plastisch chirurg Bergman over, nadat hij het familiebedrijf (een transportbedrijf) had verkocht. In 2005, toen de zorgmarkt werd geprivatiseerd, begon het bedrijf met gewone operaties die door zorgverzekeraars worden betaald. Ongeveer de helft van de omzet van 25 miljoen komt nu uit verzekerde zorg. Dit jaar nam Bergman drie klinieken over, onder andere de failliete kliniek voor plastische chirurgie van societyarts Robert Schoemacher in Scheveningen. In Naarden bouwt het bedrijf een zesde kliniek voor orthopedie.
Cashflow
De overnames kon het bedrijf betalen uit de cashflow. De klinieken maken stevige marges, doordat de kosten aanzienlijk lager liggen dan in een regulier ziekenhuis. Banken financierden uiteraard een deel van de overnames, maar het risicodragende deel van de overnames financierde het bedrijf zelf. Alle aandelen zijn daarom nog in handen van de familie.
Exithorizon
Toch zal Bergman op een gegeven moment externe financiers nodig hebben. Bergman heeft namelijk mondiale plannen. Over een aantal jaar zal het daarom extern geld nodig hebben, verwachten de broers. Ze zijn huiverig om een privateequitypartij toe te laten, ook niet met een minderheidsbelang. ‘Een private-equitymaatschappij heeft een exithorizon van vier tot zeven jaar,’ zegt Bart Malenstein die er een stuk of vijf heeft gesproken. ‘De exit willen ze in het contract vastleggen. Logisch, maar het kan ons in een situatie dwingen om te verkopen.’ Er zijn drie opties voor een exit: een beursgang, de participatiemaatschappij verkoopt zijn minderheidsbelang aan een derde partij of de eigenaar moet de participatiemaatschappij uitkopen. ‘De exit moet hoe dan ook plaatsvinden. Als alle drie opties niet lukken, dan moeten we samen met de participatiemaatschappij ook ons meerderheidsbelang verkopen. Dan kan het zo aflopen dat we ons bedrijf kwijtraken. We zijn nog jong, we willen lang doorgaan.’
Beursgang
De broers zien daarom meer in een beursgang als Bergman extern geld nodig heeft, bijvoorbeeld voor overname van een grote kliniek in het buitenland. De toekomst van de geprivatiseerde gezondheidszorg zien de broers in ketens met gespecialiseerde klinieken. ‘Zo’n internationale keten is er nog niet,’ besluit Bart Malenstein.